Berichten

←Terug

Angst voor later: CV-body building


De crisis. Je kunt geen krant openslaan zonder het woord tegen te komen. Onder de huidige studenten zaait het angst; wat moet het van ons worden als we straks klaar zijn met studeren en ons op de arbeidsmarkt gaan begeven? Daarnaast is het in de neurowetenschappen een bijkomend ‘probleem’ dat het aantal studenten in dit vakgebied blijft groeien, terwijl er steeds minder geld beschikbaar is voor het onderzoek. Hebben we niet veel meer neurowetenschappers dan we eigenlijk nodig hebben?

Voor mij is het één van m’n grootste nachtmerries: dat ik straks zoveel tijd, energie en geld geïnvesteerd heb in het behalen van mijn mastertitel, waarmee ik gekwalificeerd ben om mijn droombaan uit te oefenen, maar dat het me niet lukt om aan de bak te komen. Met mij hebben nog ontelbaar veel anderen minstens even goede papieren, waardoor ik de competitie met hen zal moeten aanbinden om een baan te bemachtigen. Ik ben bang dat ik door de combinatie van de crisis en het overschot aan neurowetenschappers het risico loop straks op straat te staan, met dat mooie papiertje op zak.

Met mij vrezen veel van mijn studiegenoten voor hun toekomst en we halen dan ook alles uit de kast om het noodlot af te wenden. Er wordt vrijwilligerswerk gedaan, bestuursfuncties bekleed en extra vakken gevolgd: alles om je CV een beetje op te poetsen. In de hoop dat jij straks net dat ene streepje voor hebt op je concurrenten. Dit ‘CV-builden’ zorgt ervoor dat keuzes soms gemaakt worden enkel omdat ze goed op het CV staan. Echter, is het feit dat het goed op je CV staat nou eigenlijk wel het beste argument om keuzes op te baseren? Volgens mij niet. Zo ken ik de gevallen van studenten die hun stage uitzochten op de big shot onderzoeker wiens naam ze konden bijschrijven op hun CV, terwijl het onderwerp, de technieken, de mogelijkheden die je krijgt om dingen zelf uit te voeren en door te denken, werksfeer en de band met je toekomstige supervisor in mijn ogen de doorslag zouden moeten geven. Een ander voorbeeld van een mogelijkheid die wordt aangegrepen om het CV een treetje hoger te tillen, is het vervullen van bestuursfuncties binnen studie- of studentenverenigingen. Ik ben de laatste die zal ontkennen dat je een heleboel kunt leren van deze bezigheden, maar we kunnen er wel onze vraagtekens bij zetten of deze vaardigheden voor alle studenten relevant zijn. Is het nou echt zo’n grote pre als een biologiestudent zich een jaar als penningmeester ingezet heeft voor zijn of haar studentenvereniging?

Deze beide voorbeelden illustreren dat de beslissingen die op papier indruk maken, een kandidaat in werkelijkheid niet altijd geschikter maker voor de baan waarvoor gesolliciteerd wordt. Het CV vertelt heus wel iets over een sollicitant, maar het kan toch ook wel erg misleidend zijn. Zo vertelt de vermelding van een bepaalde activiteit, zoals een bijbaan of bestuursfunctie, niets over de intensiteit van deze bezigheid, noch over het functioneren van de betreffende persoon tijdens de uitvoering ervan. Je kunt bijvoorbeeld geen onderscheid maken tussen een full time secretaris en een student die iedere week een enkel mailtje stuurt, maar wel dezelfde titel draagt. Bovendien zal het er heus niet op het CV vermeld worden als iemand de kantjes er vanaf liep. We kunnen dus eigenlijk wel spreken van “CV-body building”, waarin het creëren van een mooi CV een doel op zich wordt. We handelen in het belang van het CV en bij voorkeur dikken we de werkelijkheid dan ook nog een beetje aan, opdat het er het allerbeste uitziet.

Natuurlijk snap ik ook het belang en de waarde van het CV, het is namelijk een effectieve en praktische manier om in korte tijd zo veel mogelijk informatie over een sollicitant te verkrijgen. En de inspanningen om een zo goed mogelijk CV te hebben, zijn vervolgens niets meer dan een logisch gevolg van het grote belang dat aan het CV gehecht wordt. En ja, ik doe hier net zo hard aan mee als iedereen. Het is ook niet gemakkelijk om je eraan te onttrekken, omdat je jezelf simpelweg buiten spel zet in de vergelijking met medesollicitanten. Ik zal zeker niet pleiten dat we het CV hals over kop overboord moeten gooien, maar ik zou werkgevers wel willen oproepen verder te kijken dan hun neus lang is. Er is meer dan alleen wat er op papier staat en het CV zou zo af en toe best met een korreltje zout genomen mogen worden. Dit kan door je niet te laten verleiden door bekende namen en hoog aangeschreven instellingen en door meer verschillende bronnen van informatie aan te boren dan enkel het CV.

Van minder grote nadruk op het CV profiteren beide partijen: de werkgever kan gegronder de meest geschikte kandidaat selecteren, terwijl de sollicitanten op waarde geschat worden. Bovendien hoeft er dan niet meer krampachtig gepoogd te worden om op papier te excelleren, maar kunnen we focussen op het streven om in werkelijkheid de beste kandidaat te zijn. Het mes snijdt dus aan twee kanten. Of eigenlijk misschien zelfs wel aan drie, want commissies, vrijwilligerswerk, bestuursfuncties en andere extra-curriculaire activiteiten worden dan weer gewoon gedaan omdat we dat zelf leuk en belangrijk vinden, met de daarmee gepaard gaande toewijding.

Uitgenodigde reacties

 

arjen-brussaard

Arjen Brussaard

Directeur Neuroscience Campus Amsterdam

“Als directeur van NCA heb ik de afgelopen tijd veel CV’s gezien in verband met studie adviezen en invulling van functies op verschillende niveaus. CV’s zijn onontbeerlijk als het gaat om ‘facts and figures’. Ik herken de trend CV building: misschien leidt het soms inderdaad tot ‘bodybuilding’, maar zo’n professional of talent valt al gauw door de mand bij een 1-op-1 ontmoeting. Mijn stellingen t.a.v. CV: a) CV building is een must, maar als het niet op 1 A4tje past is het niet relevant, en b) nevenactiviteiten mits studie gerelateerd op je CV zijn juist wel belangrijk als indicatoren van (onbezoldigde) werkervaring (heeft iemand vermogen en interesse om in team verband te functioneren) en/of vermogen om (al tijdens je studie) op ‘meerdere borden te kunnen schaken’. Met andere woorden: heeft iemand bij eerste impressie (maar ook bij ‘doorvragen’) iets in te brengen, wat gaat hem/haar makkelijk af, wat is zijn/haar meer-waarde van de individuele inbreng in team verband, en is dat al eens geoefend, of is het alleen maar ‘studie-wijsheid’.”

 

Jeroen Geurts

Jeroen Geurts

Hoogleraar Translationele Neurowetenschappen en afdelingshoofd Anatomie & Neurowetenschappen bij VUmc

“Wat goed dat dit nu eens hardop gezegd wordt door een student! Ik begrijp de angst voor het CV bodybuildeną heel goed; er is veel competitie en je wilt niettemin graag doorgroeien in die perfecte onderzoeksbaan. Dus: knallen maar met de extra stages en de nevenfuncties. ‘In de hoop dat jij straks net dat ene streepje voor hebt op je concurrenten’. Een angstige, onzekere positie.

Ik kan, als werkgever in de neurowetenschappen, misschien enige geruststelling brengen hier: ik kijk maar heel kort naar het CV. Soms niet eens. Wanneer ik een plek beschikbaar heb voor een jonge onderzoeker kijk ik in eerste instantie om me heen. Wie van de studenten ken ik al? Van wie heb ik een goede indruk gekregen? Wie wilde al een tijdje heel graag de baan? Motivatie is voor mij het allerbelangrijkste. Ik ga ervan uit dat een student die graag bij mij wil werken in de buurt blijft rondhangen. Ze kijken mee met voortgaand onderzoek, ik zie ze met enige regelmaat op de vrijdagochtendbespreking, ze schrijven me af en toe een mailtje waarin ze hun betrokkenheid duidelijk maken, ze gaan mee naar middelbare scholen om met ons Brein in Beeld team les te geven, enzovoort. Ik hoef dat CV vaak niet meer te zien; ik ken de student al. Ik weet dat hij/zij goed is. En, misschien belangrijker, ik weet dat het onderzoek van mijn team aanslaat bij hem of haar. Dat mijn filosofie als het ware met de student ‘resoneert’. Ik hoef dan eigenlijk al niet meer verder te kijken.

Ik zou dus tegenover het CV bodybuildeną het begrip ‘netwerken’ willen zetten. Veel doeltreffender en ook leuker! Als je een baan wilt, ga er dan voor. Blijf in de buurt. Misschien is er niet nu meteen een plek, maar als die komt, dan is hij voor jou. Maak wel afspraken: hoe waarschijnlijk is het dat er -binnen een periode van bijvoorbeeld een jaar- een plek vrijkomt? Kun je misschien zelf meeschrijven aan een nieuw project? Kun je in de tussentijd voldoende relevante werkervaring opdoen, zodanig dat -als het alsnog mis gaat- je alsnog geen ‘gat in het CV’ hebt? Met die afspraken in de pocket kun je GERICHT gaan ‘buildeną’, bij de groep die als de jouwe voelt. Dat geeft vaak beter resultaat en voelt allicht wat minder benauwd.”


Deel deze pagina via social media




nog geen reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

* Verplicht veld




↑ Naar boven